Bedevaartskerk St. Marien

Hauptstraße 47, Saarburg

 

Het genadebeeld van Beurig, een zogenaamde madonna lactans, een borstvoedende madonna, werd volgens de legende door een molenaarsknecht gevonden. Hij ontdekte de beeltenis in de takken van een eikenboom, die in het hoge water van de Saar stroomafwaarts gedreven was. Dit zou gebeurd zijn in het jaar 1304, dat daarmee ook als beginjaar van de bedevaart geldt. De pelgrims kwamen direct nadat het bericht van de vondst van het mariabeeld bekend geworden was. De eerste kapel was een klein bouwwerk van leem en hout, maar aangespoord door talrijke mariaberichten, kwamen de pelgrims zelfs uit Lotharingen en Luxemburg naar Beurig. In 1330 werd een mariabroederschap gesticht, die tot 1803 bestond. In 1479 werd de houten kapel vervangen door een stenen kerkje, maar omdat dit ook al snel te klein bleek, werd tussen 1512 en 1516 een statige pelgrimskerk gebouwd. 

 

Aan het begin van 17e eeuw namen de pelgrimstochten naar Beurig toe, de pastoor was overbelast door het grote aantal pelgrims. Ter ondersteuning namen in 1609 de franciscaner van de Kölner Ordensprovinz de zielzorg voor de pelgrims over en bouwden tussen 1615 en 1628 een klooster (het dient nu als parochiecentrum en parochiehuis). Tot 1803 bleven de franciscaners in Beurig, toen werd het klooster ten gevolge van de secularisatie opgeheven. Door het vertrek van de monniken werd de bedevaart minder, de kloostergoederen werden door Fransen publiek verkocht, de kerk kwam door een schenking van Napoleon in het bezit van de gemeente Beurig. Rond het midden van de 19e eeuw leefde het aantal pelgrims langzaam weer op, maar kwam pas in het nabije verleden, vooral na de tweede wereldoorlog, tot nieuwe bloei.