De wortels van de wijnbouw aan de Saar reiken ver terug. Toen de Romeinen 2000 jaar geleden via Bourgondië en Lotharingen aan de Saar kwamen, bedreven de Keltische Trevi daar al de wijnbouw. De nieuwe heersers uit het zuiden verfijnden de methodes en plantten grootschalig ranken aan.

In de Middeleeuwen zetten vooral de kloosters de wijncultuur voort. Doorslaggevend voor de wijnbouw aan de Saar was de rieslingdruif. In 1465 werd deze voor het eerst genoemd.

In de 18e eeuw verplichtte keurvorst Clemens Wenzeslaus van Trier de wijnboeren om deze druivensoorten aan te planten. De slimme kerkvorst had ingezien dat de riesling de beste wijn is, die in dit klimaat gedijt. 100 jaar later bevorderde de Pruisische staat opnieuw de teelt van riesling met het instellen van staatsdomeinen.

 

 

Über die Weinbauregion an der Saar ist kürzlich ein interessantes Buch mit dem Titel "Wo König Riesling Hof hält" herausgekommen. Darin werden erstmals in dieser gelungenen Form nach Weinorten sortiert viele SaarWinzer mit ihren Weingütern portraitiert. Auch gibt dieses neue Buch des saarländischen Autors Michael H. Schmitt interessante Einblicke in Landschaft, Geschichte, Geologie und Kultur an der unteren Saar. Im Mittelpunkt der Betrachtungen steht jedoch eindeutig der SaarRiesling-Wein.